Hoofd, hart en handen

In de kleutertijd en eigenlijk in de gehele periode van 0 tot 6 à 7 jaar staat de lichamelijke ontwikkeling van het kind centraal; de groei en de motoriek. Door veel te spelen en te bewegen, door een regelmatige dagindeling, door liedjes en een opgewekte sfeer wordt het kind 'baas in eigen lichaam'. Het is ook daarom dat de Vrijeschool veel waarde hecht aan de kleuterklas, die kinderen helpt de stappen in de goede volgorde te zetten. Ook hier wordt de basis voor het rekenen en taalontwikkeling gelegd, maar wel zodanig dat het kind zich met de stof kan en wil verbinden. Geen achterstand, maar een gezonde opbouw, die uiteindelijk tot minimaal dezelfde resultaten leidt als in het reguliere onderwijs.  

Na de periode tot 6 à 7 jaar tot in de puberteit, komen de psychische kwaliteiten meer op de voorgrond. Het kind beleeft zichzelf en de omgeving dan in hoge mate in zijn gevoelens. Daarom sluit de leerkracht met het onderwijs allereerst bij het gevoelsleven van het kind aan. Dat gebeurt als het kind voor iets 'warm' kan lopen, er enthousiast voor wordt. Door de lesstof beeldend te brengen en een sfeer te scheppen waarin kunstzinnigheid en de kinderlijke belevingswereld een belangrijke plaats innemen, worden fantasie en voorstellingsvermogen gestimuleerd. Ook de manier van denken en willen worden aangesproken. Wat het kind weet, is minder belangrijk dan hoe het kind denkt. Elk kind heeft de aanleg om origineel, creatief en probleemoplossend te denken. Het is aan de leerkracht om samen met de ouders dat vermogen te behoeden en te verzorgen.

Login

Voor ouders/verzorgers en medewerkers